Hoge Raad april 2021: meer geld voor de kinderen!

Ouders, verwekkers en stiefouders van kinderen zijn volgens de wet verplicht te voorzien in de kosten van de verzorging en opvoeding van deze kinderen. Deze onderhoudsplicht loopt totdat de kinderen 18 jaar zijn. Bij kinderen tussen de 18 en 21 zijn ouders, verwekkers en stiefouders verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie. Bij deze leeftijdsgroep spelen wel andere factoren een rol dan bij de leeftijdsgroep tot 18 jaar.

Onderhoudsplichtigen kunnen zelf afspraken maken over de onderhoudsbijdrage. Als dit niet lukt, kan de rechter een bijdrage vaststellen. De rechter neemt hierbij alle omstandigheden van geval in acht. Sinds 1979 gebruikt de rechter bij het berekenen van alimentatie vaste normen: de Trema-normen.

Tot 2013 werd bij het berekenen van kinderalimentatie volgens deze normen rekening gehouden met de werkelijke woonlasten van de onderhoudsplichtige. Sinds 1 april 2013 wordt gerekend met forfaitaire lasten. De forfaitaire woonlast is gelijk aan 30% van het netto besteedbaar inkomen van de onderhoudsplichtige. Doel van deze aanpassing was om het berekenen van kinderalimentatie te versimpelen.

Op 16 april 2021 doet de Hoge Raad een uitspraak dat in bepaalde gevallen de rechter toch dient af te wijken van de forfaitaire lasten. Hij/zij houdt dan rekening met de werkelijke woonlasten. Om rekening te houden met de werkelijke woonlasten, dient te zijn voldaan aan twee vereisten. Ten eerste kunnen de onderhoudsplichtigen niet volledig in de financiële behoefte van de kinderen voorzien. Ten tweede zijn de werkelijke woonlasten van de betrokken ouder duurzaam en aanmerkelijk lager dan de forfaitaire woonlasten. Ook als voldaan is aan deze twee vereisten, kan de rechter overigens toch de forfaitaire woonlast toepassen. Hij/zij dient dan wel te motiveren waarom hij dit doet, gelet op de verdere omstandigheden van het geval.

Een snel rondje rechtspraak laat zien dat rechters per 16 april 2021 inderdaad vaker rekening gaan houden met werkelijke woonlasten. Zie bijvoorbeeld uitspraken van het Gerechtshof Den Bosch en de Rechtbank Limburg. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden houdt een zaak aan om partijen de gelegenheid te geven zich uit te laten over de toepassing van de uitspraak van de Hoge Raad.

Onze conclusie: de uitspraak van de Hoge Raad doet meer recht aan het belang van kinderen, zonder al te veel af te doen aan het forfaitaire systeem en de daarmee gewenste versimpeling van de berekening van kinderalimentatie.


  1. Hoge Raad, 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:586.
  2. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 22 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2305, en Rechtbank Limburg, 6 juli 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:6421.
  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6014.
Meer nieuws