Alimentatie

Alimentatie is een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud van een partner of van de kinderen. Alimentatie wordt bepaald indien er behoefte is aan bijdrage in de kosten van levensonderhoud enerzijds en er draagkracht bestaat bij de alimentatieplichtige anderzijds. Alimentatie dient per geval te worden berekend en vastgesteld.

De Werkgroep Alimentatienormen stelt jaarlijks regels vast voor de berekening van alimentatie. Deze regels, ook wel Tremanormen genoemd, zijn geen recht. Toch worden de Tremanormen in de praktijk doorgaans tot uitgangspunt genomen.

Partneralimentatie

De wet biedt weinig houvast voor de becijfering van de hoogte van partneralimentatie. Ook hier gaat men uit van draagkracht enerzijds en behoefte anderzijds. Bij de vaststelling van de partneralimentatiebehoefte kunnen subjectieve elementen meewegen en mag de rechter rekening houden met de – mede door het huwelijk bepaalde – welstand van de alimentatiegerechtigde, doch de rechter is daartoe niet verplicht. In het Tremarapport Alimentatienormen (deze worden ook door Rechters gehanteerd) wordt aangegeven dat de behoefte van de gewezen echtgenoot kan worden gesteld op het bedrag dat nodig is om een staat te voeren die de onderhoudsgerechtigde in redelijkheid past. De vast te stellen alimentatie mag natuurlijk niet uitgaan boven de behoefte en evenmin boven de draagkracht. De laagste van de twee vormt dus het maximum.

Hoogte partneralimentatie

In het algemeen is het redelijk dat de onderhoudsgerechtigde niet meer vrij besteedbaar overhoudt dan de onderhoudsplichtige: de onderhoudsgerechtigde behoeft niet door de alimentatie in een betere financiële positie te worden gebracht dan de onderhoudsplichtige. Door naast een draagkrachtberekening een draagkrachtvergelijking te maken, wordt duidelijk bij welke alimentatie een vergelijkbaar vrij te besteden inkomen overblijft.

Afkoop alimentatie

Soms wordt gekozen voor afkoop van alimentatie. Dit kan op meerdere manieren; door een som ineens of (indien fiscaal gunstiger) in delen, door het storten van de afkoopsom in een lijfrentepolis, door het (deels) verstrekken van een woonrecht (alimentatie in natura) of door overbedeling in goederen.

Partneralimentatie is voor de alimentatieplichtige aftrekbaar. De alimentatiegerechtigde dient de alimentatie als inkomen op te geven en is hierover belastingplichtig.

Wijziging alimentatiesysteem

Op dit moment is veel te doen over het wijzigen van het bekende alimentatiesysteem. Er zijn wetsvoorstellen (33 311 en 33 312) ingediend met het doel het vaststellen partneralimentatie te vereenvoudigen, vereerlijken en verkorten. De voorstellen behelzen wijziging van de grondslag, wijze van duur en berekening van de partneralimentatie. In de praktijk wordt de maximumtermijn van 12 jaar doorgaans als standaardtermijn gehanteerd. Deze termijn zou moeten worden teruggebracht tot maximaal 5 jaar, volgens de indieners. Een kortere termijn zou meer recht doen aan de huidige maatschappelijke verhoudingen.

Kinderalimentatie

Kinderen mogen er door de scheiding van hun ouders financieel niet op achteruitgaan. Voor de behoefte van de kinderen gelden richtlijnen. De Werkgroep Alimentatienormen heeft in samenwerking met Het NIBUD het rapport “Kosten van Kinderen” opgesteld, welke rapport ook door rechtbanken wordt gebruikt. Hierin worden normen uiteengezet voor de kinderbijdrage voor kinderen tot 18 jaar. Via de tabellen in het rapport “Kosten van Kinderen” wordt aan de hand van het netto gezinsinkomen tijdens huwelijk, het aantal kinderen in het gezin en de leeftijd van de kinderen de behoefte van het kind berekend.

Hoogte kinderalimentatie

Als bepaald is wat de omvang van de behoefte is van betreffend(e) kind(eren), dient beoordeeld te worden in hoeverre ouders kunnen voldoen aan hun onderhoudsplicht. Of zij daartoe in staat zijn wordt bepaald door hun draagkracht. Deze dient per geval te worden bepaald door te bezien in hoeverre bepaalde kosten in redelijkheid in mindering mogen worden gebracht op het inkomen.

Kinderbijdrage

Algemeen uitgangspunt bij de alimentatiebepaling is dat de onderhoudsplichtige voor zichzelf tenminste het bestaansminimum, de bijstandsnorm, moet behouden naast een redelijk gedeelte van zijn draagkrachtruimte. Sinds 1 april 2013 wordt in de rechtspraak een nieuwe regeling gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van forfaitaire bedragen voor de draagkracht van de ouder. Indien de ouders gezamenlijk over voldoende draagkracht beschikken, wordt bovendien een zorgkorting variërend van 15 tot 35% toegepast op de door de onderhoudsplichtige ouder te betalen bijdrage. Onderhoudsplichtig is de ouder op wiens adres het kind niet ingeschreven staat. Overigens dienen beide ouders, indien mogelijk, bij te dragen aan de kosten van het kind naar rato van draagkracht. Uiteraard dient hierbij ook rekening te worden gehouden met het feit dat een gedeelte van de kosten wordt bestreden door de kinderbijslag. De behoefte aan een kinderbijdrage kan dan ook worden omschreven als “dat deel van de kosten van het kind dat niet door de kinderbijslag en de financiële bijdrage van de verzorgende ouder kan of behoeft te worden bestreden”. Het hieruit voortkomende bedrag zal in principe als de draagkracht van de alimentatieplichtige ouder zulks toelaat, als kinderbijdrage worden aangenomen. Voor de berekening van de draagkracht wordt het netto jaarinkomen van de ouders berekend en verdeeld over 12 maanden zonder rekening te houden met fiscale aftrekposten voor de eigen woning, maar met inachtneming van afdrachten voor pensioen e.d.

Aftrekbaarheid kinderalimentatie vervallen

Met ingang van 1 januari 2015 is de aftrekbaarheid van kinderalimentatie voor de aangifte inkomstenbelasting geheel komen te vervallen.

Meerderjarige kinderen

Meerderjarige kinderen mogen tot hun 21e jaar ook op financiële ondersteuning rekenen. Bij het berekenen van deze bijdragen spelen echter andere factoren mee, zoals de studiefinanciering en eventuele eigen verdiensten. Vanaf 21 jaar zullen kinderen formeel gezien hun behoefte moeten aantonen.