Behoefte verhogende kosten kinderen

Bij het berekenen van kinderalimentatie gebruiken advocaten, mediators en rechters de Trema-normen. Deze normen worden opgesteld door de Expertgroep Alimentatienormen, bestaande uit familierechters en griffiers die zich bezighouden met familiezaken. Om kinderalimentatie te berekenen, wordt eerst de financiële behoefte van de kinderen vastgesteld. Hiervoor wordt het netto gezinsinkomen van partijen berekend. Vervolgens wordt met vaste tabellen bekeken welke behoefte bij dit inkomen past.

Deze tabellen zijn opgesteld op basis van onderzoek van het NIBUD en het CBS. Volgens dit onderzoek besteden gezinnen gemiddeld genomen een bepaald percentage van het gezinsinkomen aan hun kinderen. Als er meer kinderen zijn, worden de kosten voor de kinderen in zijn geheel hoger, maar worden de kosten per kind lager. Ook blijkt uit het onderzoek dat gezinnen aan verschillende posten, verschillende bedragen besteden. Over het algemeen worden hogere uitgaven aan de ene post, bijvoorbeeld kleding, gecompenseerd met lagere uitgaven aan een andere post, bijvoorbeeld ontspanning.

In sommige gevallen hebben kinderen zulke hoge uitgaven, dat de behoefte met deze uitgaven gecorrigeerd kan worden. In de Tremanormen worden de volgende voorbeelden genoemd: kosten van een gehandicapt kind, kosten van topsport, privélessen, extra hoge schoolgelden en dermate hoge kosten van kinderopvang of oppas dat deze niet gecompenseerd kunnen worden door lagere uitgaven op andere posten.

Met welke kosten wordt de behoefte in de praktijk gecorrigeerd? In de jurisprudentie van het Gerechtshof Amsterdam zijn enkele voorbeelden te vinden.

In 2016 corrigeert het Hof de behoefte met een bedrag van € 350,00 per maand aan kosten voor (alt)vioollessen. Vaststaat dat het kind op hoog niveau viool speelt, dat zij ongeveer 25 uur per week besteedt aan studie, lessen, repetities en optredens en dat hiervoor aanzienlijke kosten worden gemaakt. (1)

Ook in 2016 behandelt het Hof een zaak over een gehandicapt kind. Zij corrigeert de behoefte met een bedrag van in totaal € 886,00 ten behoeve van psychomotorische therapie en sport- en speltherapie, bijles, kosten in verband met zindelijkheidsproblemen en eetproblemen, boeken en extra schoolspullen. Het valt op dat de verzorgende ouder uitgebreid moet motiveren en onderbouwen dat het kind baat heeft bij de therapie en deze nodig heeft. Het Hof houdt slechts rekening met de helft van de door de vrouw gestelde kosten voor therapie. De verzorgende ouder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de door haar gestelde frequentie van de therapie nodig is voor het kind. (2)

Dit jaar (2021) corrigeert het Hof de behoefte van een kind met een bedrag van € 214,75 per maand aan netto opvangkosten. Zij overweegt hierbij dat de netto opvangkosten relatief hoog zijn vergeleken met de behoefte van de kinderen van € 479,00 per maand. (3)

Maakt u ook bijzonder kosten voor uw kinderen? Wij helpen u graag met vragen en kunnen samen met u bekijken of de kosten aanleiding zijn voor een correctie van de behoefte. Neem contact met ons op.


  1. Gerechtshof Amsterdam, 10 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1843.
  2. Gerechtshof Amsterdam, 19 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2922.
  3. Gerechtshof Amsterdam, 3 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2407.
Meer nieuws