Ouderlijk gezag

Plichten en rechten

De wet beschrijft het ouderlijk gezag vrij uitgebreid. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Onder verzorging en opvoeding wordt de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk welzijn en de veiligheid van het kind verstaan, alsook het bevorderen va de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Concreet betekent dit dat het aan de ouders is om belangrijke keuzes over het kind te maken, zoals een schoolkeuze of medische beslissingen. De ouders beheren eventuele financiën van hun kinderen en zijn wettelijk aansprakelijk voor hun kinderen.

Contact met beide ouders

In de wet wordt verder expliciet vermeld dat de ouders in de verzorging en opvoeding van hun kind geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toepassen. Een ouder heeft plicht om de ontwikkeling van de banden tussen het kind en de andere ouder te bevorderen, aldus art. 1:247 lid 3 BW.

Gezamenlijk gezag of wijziging van het gezag

Gedurende het huwelijk en het geregistreerd partnerschap oefenen de ouders gezamenlijk het gezag uit over binnen het huwelijk/geregistreerd partnerschap geboren kinderen. Het gezamenlijk gezag blijft na echtscheiding in beginsel in stand. Op verzoek van de ouders of een van hen kan de rechter eenhoofdig gezag toekennen wanneer dit in het belang van het kind is. De rechter toetst of eenhoofdig gezag in het belang van het kind is.

Regeling in het belang van het kind

Geschillen in de uitoefening van het ouderlijk gezag kunnen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank stelt daarop een regeling vast die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Deze geschillen gaan bijvoorbeeld over de schoolkeuze van het kind, medische behandeling, inzet van een psycholoog of andere hulpverlening en de hoofdverblijfplaats van het kind.