Het Verdrag van Istanbul in een gezag- en omgangszaak

Het Verdrag van Istanbul ziet op het bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, ook wel (ex-)partnergeweld. Op 22 maart jl. heeft president Erdogan aangekondigd dat Turkije het Verdrag van Istanbul opzegt. In Polen gingen vorig jaar ook geluiden op uit het verdrag te stappen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden paste het verdrag juist kort geleden voor het eerst actief toe in een zaak over ouderlijk gezag en omgang (1).

Ex-partner geweld factor bij beoordelen gezag- en omgangskwesties

Volgens artikel 31 van het Verdrag van Istanbul moeten incidenten van geweld als bedoeld in het verdrag in aanmerking worden genomen bij het vaststellen van een omgangsregeling met een kind.

(Ex-)partnergeweld en huiselijk geweld staan niet expliciet genoemd in het Nederlands Burgerlijk Wetboek. Wel houdt de Nederlandse rechter rekening met (ex-)partnergeweld bij het beoordelen van gezag en omgangskwesties. Er kan een directe geweldsdreiging voor het kind zijn. Ook wordt vaak vastgesteld dat bij de ouder die slachtoffer is geweest van ex-partnergeweld nog onvoldoende draagkracht aanwezig is om samen met de andere ouder en (vermeende) dader een omgangsregeling vorm te geven dan wel te overleggen in gezagskwesties (2).

Uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

In de uitspraak van 21 januari 2021 bekrachtigt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een beslissing waarin het gezamenlijk gezag is beëindigd en de vader het contact met het kind is ontzegd. De vader is veroordeeld voor (extreem) ex-partnergeweld naar de moeder.

Het Gerechtshof stelt vast dat gezamenlijk gezag en een omgangsregeling in strijd zouden zijn met het Verdrag van Istanbul. Ook heeft de vader met het plegen van het geweld, zijn zorgplicht naar het kind conform artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek, geschonden. Het kind is slachtoffer van (ex-)partnergeweld, ook als het hier geen directe getuige van is. Het kind is wel getuige van en slachtoffer van de gevolgen van dit geweld bij zijn moeder.

De directe impact van het (ex-)partner geweld op (de rechten van) het kind wordt door het Gerechtshof duidelijk benoemd.

Conclusie

Met deze uitspraak lijkt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de directe werking van in ieder geval artikel 31 van het Verdrag van Istanbul te bevestigen. Aan deze directe werking werd eerder nog getwijfeld (3). Verder legt het Gerechtshof duidelijk vast dat een pleger van (ex-)partnergeweld, zijn zorgplicht naar en de rechten van zijn/haar kind schendt. Deze vaststelling gaat verder dan overwegingen in eerdere uitspraken over de factor (ex-)partnergeweld in gezag- en omgangskwesties.

Het is positief dat de Nederlandse rechterlijke macht het belang van het Verdrag van Istanbul onderschrijft, in een tijd dat dit verdrag in het buitenland op steeds minder steun kan rekenen.

1) Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:771.

2) Zie bijvoorbeeld een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, 6 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1041, waarin (extreem) ex-partner geweld op dergelijke wijze in een geschil over omgang betrokken wordt.

3) Gerechtshof Amsterdam, 24 april 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1470.

Meer nieuws