Verhuizen met kinderen: bevel terug-verhuizing bij eenhoofdig gezag

Na het stranden van een relatie of huwelijk kan de vraag spelen of één van de ouders mag verhuizen met de kinderen. Een ouder wil bijvoorbeeld terug naar haar/zijn land van herkomst, heeft een nieuwe baan aan de andere kant van het land of heeft een nieuwe partner die gebonden is aan een bepaalde regio.

Toestemming andere ouder bij gezamenlijk gezag

Als ouders het gezamenlijk gezag hebben, moet de ouder die met de kinderen wil verhuizen hiervoor toestemming hebben van de andere ouder. Als de ouders hier niet uitkomen, kan de rechter op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vervangende toestemming verlenen voor de verhuizing. Al in 2008 heeft de Hoge Raad criteria gegeven waarmee bij zo een beslissing rekening gehouden moet worden. Enkele van deze criteria zijn de noodzaak om te verhuizen, de rechten van de andere ouder en de kinderen op contact met elkaar en de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid.

De afgelopen tijd zijn er enkele interessante uitspraken gedaan over dit onderwerp. Ten eerste heeft de Hoge Raad aangegeven dat ook bij eenhoofdig gezag een ouder kan worden bevolen met het kind terug te verhuizen naar de omgeving van de andere ouder. Ten tweede is in twee uitspraken een verzoek tot vervangende toestemming voor een verhuizing in kort geding behandeld. In dit nieuwbericht bespreek ik het arrest van de Hoge Raad en in een volgend nieuwsbericht bespreek ik de twee uitspraken in kort geding.

Arrest Hoge Raad 15 oktober 2021

Op 15 oktober 2021 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen in het volgende geschil. Partijen hebben in 2018 een dochter gekregen, die voor de geboorte door de vader is erkend. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over de dochter. De vader heeft in het voorjaar 2019 in kort geding gevorderd hem mede met het gezag te belasten en een contact- en informatieregeling vast te stellen. In diezelfde periode verhuist de moeder met het kind naar het buitenland. De vader vult hierop zijn vorderingen in kort geding aan en vraagt de rechtbank de moeder te bevelen met het kind terug te verhuizen naar Nederland.

De rechtbank belast in augustus 2019 de vader mede met het gezag over de dochter en beveelt de moeder met dochter terug te verhuizen naar Nederland. Het Hof vernietigt het vonnis ten aanzien van het bevel tot terugverhuizen en laat deze voor het overige in stand. Volgens het Hof bieden de artikelen 1:247 en 1:377a BW, 8 EVRM, 9 lid 3 IVRK en 24 lid 3 Handvest van de grondrechten van de EU geen grondslag voor een dergelijk bevel.

De Hoge Raad vernietigt daarop de uitspraak van het Hof. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof miskend dat ten tijde van de beslissing van het Hof de ouders met het gezamenlijk gezag over de dochter belast waren. Op dat moment bood 1:253a BW dus een grondslag voor een bevel tot terug-verhuizing. Dat ten tijde van de verhuizing van de moeder met de dochter in voorjaar 2019 alleen de moeder het gezag had, doet hier niet aan af. Hierna geeft de Hoge Raad nog aan dat ook in een situatie waarin één ouder het gezag uitoefent een grondslag bestaat om: ‘de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen (1:247 lid 3 BW).‘

De rechter dient in zo een geval gepaste maatregelen te nemen om alsnog contact te realiseren. Een verbod tot verhuizen dan wel een bevel tot terugverhuizen kan dan een gepaste maatregel zijn.

Geeft uw ex-partner aan met de kinderen te willen verhuizen of heeft u zelf verhuisplannen? De advocaten van de Familiekamer Advocaten & Mediators staan u graag bij. Neem contact met ons op.

Meer nieuws